spacer.png, 0 kB
Tips en Trucs Sneltoetsen Windows E-mail

 

Handelingen die veel voorkomen zijn met het toetsenbord vaak sneller uit te voeren dan met de muis. Om die reden heeft Microsoft voor Windows een aantal sneltoetsen gedefinieerd om deze handelingen voor de gebruiker gemakkelijker te maken. Dit artikel behandelt deze sneltoetsen.

 
Klembord

Windows heeft een klembord waar tijdelijk informatie kan worden geplaatst. Deze informatie kan later weer terug worden gehaald. Voor het klembord zijn een aantal sneltoetsen gedefinieerd:

Met <CTRL>-C (kopiëren) wordt geselecteerde informatie naar het klembord gekopieerd.

Met <CTRL>-X (knippen) wordt geselecteerde informatie eveneens naar het klembord gekopieerd, maar de geselecteerde informatie wordt tevens op de oorspronkelijke plaats verwijderd.

Met <CTRL>-V (plakken) wordt informatie van het klembord terug geplaatst in het actieve document.

Op het klembord kan slechts één item worden geplaatst. Bij de volgende keer dat er informatie op het klembord wordt geplaatst wordt de oude informatie verwijderd. Na het plakken blijft de informatie aanwezig en kan daarna opnieuw worden geplakt.

 
Bewerken van documenten

In Windows-applicaties kunnen documenten worden bewerkt. Voor dit bewerken biedt Windows een keur aan mogelijkheden. Iedereen kent natuurlijk de functies van de Insert, Delete, Home, End, Page Up en Page Down-toetsen. Maar er zijn mee mogelijkheden.

Zo kan met <CTRL>-Z de laatste actie(s) ongedaan worden gemaakt. Afhankelijk van het pakket dat gebruikt wordt kan dat alleen voor de laatste actie of stapsgewijs de laatste acties die zijn uitgevoerd.

Een selectie kan, behalve met de muis, ook worden gemaakt door de <SHIFT>-toets ingedrukt te houden en met de pijltjestoetsen het gebied letter voor letter en regel voor regel aan te geven wat geselecteerd moet worden. Met <CTRL><SHIFT> gebeurt hetzelfde, maar dan springt de cursor horizontaal steeds een woord verder en verticaal steeds een alinea.

Een geselecteerd deel kan worden gekopieerd door het te slepen terwijl de <CTRL>-toets wordt ingedrukt.

Ook kan de <CTRL>-toets worden gebruikt voor het snel verwijderen van woorden of delen ervan. Met <CTRL>-<DELETE> wordt het volgende woord verwijderd. Als de cursor midden in een woord staat wordt het navolgende deel van het woord verwijderd. Met <CTRL>-<BACKSPACE> (op veel toetsenborden het pijltje boven de <ENTER>-toets) wordt het vorige woord verwijderd. Wanneer de cursor midden in het woord staat wordt het deel van het woord voor de cursorpositie verwijderd.

Met <CTRL>-A wordt alles in het document geselecteerd.

Het actieve document kan met <CTRL><F4> worden afgesloten.

 
Navigatie in documenten

Veel gebruikers doorlopen een document door de pijltjestoetsen te gebruiken. De <CTRL>-toets kan dit vergemakkelijken door de stappen groter te laten worden.

De combinatie <CTRL> met <PIJLTJE LINKS> of <PIJLTJE RECHTS> laat de cursor naar het begin van het vorige respectievelijk volgende woord springen. Wanneer de cursor in het midden van een woord staat, springt de cursor bij <CTRL>-<PIJLTJE LINKS> eerst naar het begin van het woord.

De combinatie <CTRL> met <PIJLTJE OMHOOG> of <PIJLTJE OMLAAG> laat de cursor naar het begin van het vorige respectievelijk volgende alinea springen. Wanneer de cursor in het midden van een alinea staat, springt de cursor bij <CTRL>-<PIJLTJE OMHOOG> eerst naar het begin van de huidige alinea.

 
Navigatie tussen documenten

Wanneer op de computer meer documenten zijn geopend kan ook via het toetsenbord snel worden overgeschakeld van het ene naar het andere document. Met <ALT>-<TAB> verschijnt een venster met de iconen van de programma’s die open staan. Bij elke <ALT>-<TAB> wordt naar een volgend icoon gesprongen. <ALT>-<ESC> doet hetzelfde maar toont het volgende document op het scherm.

 
(Programma)besturing

Voor de programmabesturing van Windowsprogramma’s maken veel gebruikers gebruik van de muis. Het kan echter ook met het toetsenbord en vaak veel sneller. Het voorkomt dat steeds de muis moet worden gepakt.

Image

 

In de menubalk zijn telkens letters onderstreept en dat is niet voor niets. Door <ALT> en de onderstreepte letter te kiezen wordt een bepaald menu geopend. Met <ALT>-<K> wordt zo het menu Opmaak geopend. Binnen dat menu zijn ook weer letters onderstreept. Door de betreffende letter in te toetsen wordt de betreffende menu-optie geselecteerd. Zo levert <ALT>-<K>, gevolgd door <L> het submenu lettertype op.

Image

 

In het menu lettertype gaat het ineens andersom. De tabbladen worden geselecteerd door alleen de betreffende letter in te toetsen. De opties in het blad eronder worden geselecteerd door <ALT> en de betreffende letter in te toetsen.

Image

 

Met het toetsenbord kan het menu ook op een andere manier worden doorlopen. Door <F10> in te toetsen wordt de menubalk geactiveerd. Door <Enter) in te toetsen wordt het betreffende menu geactiveerd. Met behulp van de pijltjestoetsen kan een menu of een menuoptie worden gekozen.

Ook voor de rechtermuisklik heeft het een toetsenbord een alternatief, <SHIFT>-<F10>. Ook hier kan met behulp van de pijltjestoetsen en <ENTER> een keuze worden geselecteerd.

Voor de drie vakjes rechtsboven in het scherm is er ook een alternatief, <ALT>-<SPATIEBALK>. Het venster kan hiermee worden gemaximaliseerd, geminimaliseerd, worden gesloten en kleiner worden gemaakt.

Image  

 

Met <ALT>-<F4> kan een programma worden afgesloten.

 

© 2005, Wim van 't Einde

  
 
< Vorige   Volgende >
Joomla Template by Joomlashack
Free Joomla Templates