spacer.png, 0 kB
Eliza Laurillard (1830-1908) E-mail

 

Bij de Putterkoppel en de Dobbe Gelle staan gedenkstenen met daarop een tekst van Dr. E. Laurillard. Maar wie was dat eigenlijk en waarom staan zijn gedichten op deze plaatsen? Dit artikel probeert daarop een antwoord te geven.

 

Afstamming

Elisa LaurillardDr Eliza Laurillard werd rond middernacht in de nacht van 25 op 26 maart 1830 geboren in Rotterdam. De klokken in de stad liepen niet geheel gelijk, de ene had reeds twaalf uur geslagen voor zijn geboorte, terwijl een andere dat pas na zijn geboorte deed. Zo kwam het dat in de officiële stukken 26 maart als geboortedatum werd genoteerd, maar hij zijn verjaardagen op de 25e maart vierde.
Isaäc Laurillard, de vader van de kleine Eliza overleed op 18 juni 1830, binnen drie maanden na de geboorte van zijn zoon. Maria Sommerveld, zijn moeder bleef achter met vier zonen. Toch slaagde ze erin om het magazijn met zijden manufacturen, samen met de boekhouder, draaiend te houden. Zijn grootvader van vaders kant kwam uit Montbéliard in de Franse Jura.

 

Opleiding en predikantenloopbaan

De jonge Eliza ging naar de fransche school van de heer Broedelet. In 1845 werd duidelijk dat Eliza predikant zou worden en volgden er privélessen in latijn en wiskunde. Op 14 augustus 1848 slaagde hij voor het staatsexamen.
Hij ging daarop naar Leiden voor zijn studie en op4 februari 1853 haalde hij zijn doctoraal examen. Op 13 juni 1853 promoveerde hij tot doctor in de godgeleerdheid. Kort daarop, op 4 augustus 1853 werd hij als proponent van de Nederlandse Hervormde Kerk benoemd in ’s Hertogenbosch. Al snel ontving hij een beroep vanuit Zandpoort, op 29 januari 1854 deed hij daar zijn intrede. Zijn moeder ging met hem mee naar de pastorie en deed haar zaak van de hand. Er zouden meer gemeenten volgen: op 16 augustus 1857 deed hij in Leiden intrede en op 2 maart 1862 in de Oude Kerk van Amsterdam. Op 26 juni 1904 legde hij na ruim 50 jaar zijn ambt neer.

 

Gezin

Op 10 december 1863 trouwde de inmiddels drieëndertigjarige Eliza met Anna (Gerardina Wilhelmina) Roos. Ze kregen twee zonen en twee dochters, achtereenvolgens Isaac Cornelis Francois (7-2-1865), Antonie (28-7-1868) en Maria Elisabeth Catharina (16-2-1871).

 

Kerkelijke taken

Hij was een gewild vrijzinnig predikant en ontving ook veel beroepen. Ondanks de roerige kerkelijke tijden, hij maakte zowel het modernisme en de doleantie van nabij mee, bleef hij de Nederlandse Hervormde kerk trouw. Van 1894 tot 1904 was hij voorzitter van het bestuur van de classis. Ook werd hij door Koningin Wilhelmina herhaaldelijk gevraagd om een dienst te leiden in de hofkapel op het Loo.
Als predikant vermeed hij politieke, dogmatische, sociale en economische onderwerpen. Die hoorden bij hem niet op de kansel thuis.

 

Schrijven en kennisoverdracht

Laurillard schreef tijdens zijn loopbaan een groot aantal boeken. Daarnaast werd hem al op jonge leeftijd een leerstoel aan de hogeschool van Utrecht aangeboden en later ook aan het Leids gymnasium. Ook werd hij door de synode gekozen om aan een nieuwe vertaling van het Oude Testament mee te werken. Daarnaast heeft hij onderzoek verricht naar taal, oudheid, volksgeloof en volksgebruik. De overgang naar zijn letterkundige prestaties ligt dan ook voor de hand. Hij vervulde ook veel spreekbeurten per jaar.

 

Maatschappelijke taken

Laurillard vervulde een aantal bestuurlijke functies. Hij was van 1862 tot 1900 bestuurder van de Amsterdamse afdeling van de Hollandsche Maatschappij van Fraaie Kunsten en Wetenschappen en sinds 1887 lid en secretaris van de commissie van bijstand voor de uitgave van het Woordenboek ter Nederlandsche Taal.
Hij hield zich bezig met de zorg rondom gevangenen. In 1864 schreef hij een brochure over de morele kant van de doodstraf. Hij veroordeelde deze nadrukkelijk. Ook was hij vanaf 1863 lid en sinds 1871 secretaris van het hoofdbestuur van het Nederlandsch Genootschap tot zedelijke verbetering van gevangenen. Hij bezocht zelf ook veel gevangenen. In 1868 werd  Laurillard lid en secretaris van de Amsterdamse afdeling van het Rode Kruis. In 1869 werd hij commissaris van de landbouwkolonie Nederlandsch Mettray. In 1872 werd hij voorzitter ervan. In 1879 richtte hij Onesimus op, het jaarboekje van Nederlandsch Mettray, dat hij tot zijn dood bleef redigeren.
Voor zijn vele verdiensten heeft hij ook onderscheidingen gekregen. In 1888 werd hij benoemd tot erelid en buitenlands correspondent van de Howard Association in Londen en in 1892 werd hij gehuldigd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Tijdens zijn leven heeft Laurillard met zijn tijd gewoekerd, zoals een oude rabijn ooit zei: “In een vat met noten is altijd nog plaats voor vele liters sesamolie”. Ook hanteerde hij de motto’s “Verdeel uw werk en gij beheerst het” en “Begin altijd aan één einde”.

 

Sterven

Grafsteen Eliza LaurillardIn 1908 begonnen zijn krachten zichtbaar af te nemen. Hij stierf op 10 juli 1908 in de villa Clematis in Zandpoort en werd op 14 juli daar begraven. Honderden mensen bewezen hem daar, samen met zijn vrouw, kinderen en naaste vrienden, de laatste eer. In het middelpunt stond te kist, versierd door een lauwerkrans van de Koningin en een enkele bloem van zijn vrouw Anna.

 

Bron:

Levensbericht van Dr Eliza Laurillard 1830-1908, Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, P.H. Ritter, Utrecht, 3 augustus 1909.

 

 
< Vorige   Volgende >
Joomla Template by Joomlashack
Free Joomla Templates