spacer.png, 0 kB
04-2 - Het referentiekader E-mail

 

Een auditor wordt geacht een objectief, onpartijdig en deskundig oordeel te geven over het object van onderzoek. De onpartijdigheid heeft te maken met de de organisatorische positie en de opstelling van de auditor. De deskundigheid met zijn opleiding, kennis en ervaring. De objectiviteit van een auditor is echter moeilijker vast te stellen. Uiteraard heeft de auditor vanuit zijn onpartijdigheid en deskundigheid een persoonlijke mening over het object. Deze mening van de auditor hoeft echter niet direct objectief te zijn. Daarom moet een middel worden gebruikt om de objectiviteit vorm te geven. Een referentiekader kan deze functie vervullen.
Een referentiekader vat het geheel van normen en kaderstellingen rond een object voor een auditor samen. Het referentiekader bevat daardoor een theoretische SOLL-situatie waaraan het object van onderzoek zou moeten voldoen. Het is direct afgeleid van de afspraken die de organisatie zichzelf heeft opgelegd. Het wordt voorafgaand aan het onderzoek opgesteld en wordt veelal ter verificatie voorgelegd aan de opdrachtgever. Mogelijk heeft de opdrachtgever nog aanvullende normen en kaders die de auditor nog niet in het referentiekader heeft opgenomen.

Het referentiemodel bevat in ieder geval:
·         De relevante processen;
·         De relevante processtappen;
·         Het doel van deze voorgaande items;
·         De risico’s die de organisatie bij het uitvoeren van de processen loopt;
·         De maatregelen die de organisatie ertegen neemt.

Uiteraard spelen bij het opstellen van het referentiekader ook gedrags- en beroepsregels van de auditor een rol. Een auditor zal voor de beoordeling van een object een minimum-beheersingsniveau in het referentiemodel verwachten. Wanneer dat niet in redelijkheid in het referentiemodel is opgenomen kan de auditor de opdracht niet objectief uitvoeren. De organisatie kan zichzelf dermate lichte normen hebben opgelegd, dat het oordeel van de auditor een verkeerde indruk zou wekken bij de belanghebbenden van het onderzoek.
Bij de uitvoering van de audit beoordeelt de auditor de aangetroffen situatie, vergelijkt dat met het opgestelde referentiekader en rapporteert de bevindingen van het onderzoek aan de opdrachtgever.
In een aantal gevallen is het niet meer nodig een referentiekader op te stellen. Met name bij regelmatig terugkerende audits bestaat het al. Toch moet in dergelijke gevallen het referentiekader op actualiteit worden beoordeeld en eventueel worden bijgesteld aan de veranderde omstandigheden. In ieder geval dient met de opdrachtgever te worden afgestemd of het eerder opgestelde referentiemodel nog voldoende basis is voor de nieuwe audit.

 

 
< Vorige   Volgende >
Joomla Template by Joomlashack
Free Joomla Templates