spacer.png, 0 kB
03 - Inleiding E-mail

 

Inleiding 

Dit hoofdstuk beschrijft achtereenvolgens:
·         De aanleiding van dit onderzoek;
·         De probleemstelling en de onderzoeksvragen;
·         De werkwijze;
·         De structuur en opbouw van de scriptie.

 

Aanleiding

Ik werk als intern auditor bij het Belastingdienst AutomatiseringsCentrum (BAC). Vanwege de toenemende behoefte aan beheersing binnen de overheid zijn binnen het BAC twee bewegingen waar te nemen. Enerzijds de autonome behoefte van de eigen organisatie om haar eigen proces te beheersen en anderzijds de behoefte van de omgeving om hierover informatie te krijgen.
Voor de systeemontwikkelingsorganisatie van het BAC leidde dit tot de vraag om een Third Party Mededeling (TPM). Dit is een verklaring die een audit-organisatie (in ons geval de Interne Accountantsdienst) afgeeft ten behoeve van de omgeving van de systeemontwikkelingsorganisatie.
Om haar eigen proces te beheersen dient de organisatie haar proces in te richten conform een haar beheersingsmodel. Hierbij kan de organisatie gebruik maken van een breed scala van hulpmiddelen. Tevens zal de organisatie voldoende maatregelen moeten nemen om daarover zelf een oordeel te kunnen vormen. Daarvoor kan een auditor een referentiekader ontwikkelen, dat is afgeleid van de processen van de organisatie. Dit referentiekader vervult een centrale rol in het TPM-certificatieproces.
Tijdens de voorbereidende werkzaamheden voor de TPM bleek dat er geen globaal referentiekader bestond voor een systeemontwikkelingsomgeving.

 

Probleemstelling en onderzoeksvragen

Omdat er geen algemeen referentiekader bestond moest ik er zelf één maken.
Allereerst moet de vraag worden beantwoord wat in een referentiekader voor een systeemontwikkelingsorganisatie moet worden opgenomen.
Ten tweede moet de vraag worden beantwoord wat bij het ontwikkelen van een referentiekader voor een systeemontwikkelingsorganisatie kan worden gebruikt.
Ten derde moet een concrete invulling worden gegeven aan het betreffende referentiemodel dat past bij de eigen organisatie en de processen die daar plaatsvinden.
Gezien de omvang zullen in dit referaat alleen de eerste twee punten worden uitgewerkt.

 

Werkwijze

Om een antwoord te geven op de bovenstaande onderzoeksvragen heb ik eerst een literatuurstudie uitgevoerd. Allereerst ben ik uitgegaan van het opstellen van een algemeen model voor een willekeurige organisatie. Hierbij heb ik algemene kwaliteitsmodellen als ISO 9001 en het INK-model gebruikt. Een nadere detaillering heb ik vervolgens aangebracht met specifieke literatuur over de verschillende expertisegebieden.
Daarna heb ik het model meer toegespitst op een systeemontwikkelings-organisatie. Als kwaliteitsmodellen heb ik hiervoor vooral het Capability Maturity Model (CMM) en de ISO-normen 12.207 en 15.504 gebruikt.
Op basis van de resultaten van het literatuuronderzoek heb ik vervolgens het algemene model getoetst aan de bruikbaarheid door de resultaten voor te leggen aan een aantal medewerkers binnen en buiten BAC. Deze herkenden (soms na een korte toelichting van het model) hun eigen processen in het opgestelde model en gaven hierop zonodig een zinvolle aanvulling. Tenslotte heb ik conclusies en aanbevelingen geformuleerd. Deze kunnen worden gebruikt om het model verder te ontwikkelen.

 

Structuur en opbouw van de scriptie

Na deze inleidende woorden wordt in hoofdstuk 2 aandacht besteed aan de eigenschappen van processen en aandacht besteed aan een aantal algemene modellen die in een systeemontwikkelingsomgeving een rol kunnen spelen. Daarna wordt meer specifiek ingegaan op enkele modellen die specifiek zijn voor een systeemontwikkelingsomgeving. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een algemeen toepasbaar referentiemodel.
In hoofdstuk 3 wordt weergegeven hoe het model achtereenvolgens is getoetst aan de eigen organisatie en andere systeemontwikkelingsorganisaties. Hierna wordt de spiegeling van het algemene kader aan de werkzaamheden aan een tweetal werkgroepen van het Nederlands Genootschap van Informatici beschreven. Ook wordt een korte beschouwing gegeven van de verschillende soorten systeemontwikkeling en de problematiek rond effectiviteit en efficiëntie in systeemontwikkelingsorganisaties. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een korte conclusie naar aanleiding van de praktijktoets.
Hoofdstuk 4 brengt het theoretische kader en de praktische toets samen en geeft aan hoe van het algemene model een specifiek referentiekader kan worden gemaakt. Ook wordt kort aangegeven hoe het algemene model moet worden toegepast op kleine organisaties.
In hoofdstuk 5 worden de conclusies en aanbevelingen weergegeven.
Een samenvatting van het referaat is opgenomen in hoofdstuk 6.
Ter ondersteuning van het referaat zijn een aantal bijlagen opgenomen.

 

 
< Vorige   Volgende >
Joomla Template by Joomlashack
Free Joomla Templates